CROW 400

De CROW 400 richtlijnen zijn van toepassing op:

Sinds 1 januari 2018 is CROW 400 de nieuwe veiligheidsrichtlijn voor alle werkzaamheden in of met verontreinigde grond.

Vervangt eerdere richtlijnen

CROW 400 vervangt de oude veiligheidsrichtlijnen, namelijk:

  • P132 – Werken in of met verontreinigde grond en/of grondwater
  • P307 – Kabels en leidingen in verontreinigde grond

Toepasselijke activiteiten

CROW 400 is van toepassing op alle grondverzet- en bodemgerelateerde activiteiten, waaronder:

  • grondverzet
  • bodemsanering
  • bodemonderzoek
  • lineaire infrastructuur
  • waterbodem
  • landoppervlak
  • secundaire bouwmaterialen
 

De nieuwe, herziene CROW 400-richtlijn richt zich op:

  • Maatwerk veiligheidsmaatregelen Meer mogelijkheden voor maatwerk bij het bepalen van veiligheidsmaatregelen, waardoor onnodig gebruik van beschermingsmiddelen wordt verminderd en de veiligheid van werknemers wordt gewaarborgd.
  • Risicogebaseerde aanpak De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van het type en de mate van verontreiniging, met een duidelijk onderscheid tussen vluchtige en niet-vluchtige stoffen.
  • Verbeterde bescherming van werknemers Alle werknemers die grondverzet- of bodemsaneringswerkzaamheden uitvoeren, zijn beter beschermd door specifieke veiligheidsmaatregelen die zijn afgestemd op elke werksituatie.
 

Belangrijkste veranderingen

CROW 400: Procesgebaseerde veiligheid voor grond- en milieuwerkzaamheden

Bouwprocesbenadering

CROW 400 volgt het bouwproces en beschrijft alle acties met betrekking tot gezondheid, veiligheid en milieubeheer op het werk via een processtroomschema. Het proces bestaat uit de volgende fasen:

  • Voorbereiding
  • Initiatie
  • Ontwerp
  • Onderzoek
  • Uitvoering
  • Gebruik

Wijzigingen in het Besluit arbeidsomstandigheden (2017)

  • Artikel 2.28: Risico’s van bodemverontreiniging en asbest moeten vanaf de ontwerpfase in kaart worden gebracht.
  • Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever: De opdrachtgever identificeert de risico’s en documenteert deze in het Arbo-plan.
  • Verplicht Arbo-plan: Vereist vanaf de oranje kleurcode.
  • Niet-vluchtige stoffen (bijv. lood, PAK’s) worden beoordeeld aan de hand van SRC-waarden (Serious Risk Concentrations) in plaats van interventiewaarden.
  • Interventiewaarden kunnen nog steeds van toepassing zijn op niet-vluchtige metalen, maar de maatregelen voor arbeidsveiligheid zijn beperkt.
  • Vluchtige stoffen (bijv. tolueen, benzeen) worden beoordeeld aan de hand van interventiewaarden.

Wijzigingen in het eerste consult

Voorafgaand aan de uitvoering vindt er in de voorbereidingsfase een startoverleg plaats tussen aannemer en opdrachtgever, bij voorkeur met een bodemdeskundige. Het doel hiervan is het delen van bodemgegevens en het bespreken van het gezondheids- en veiligheidsplan.

Risicogestuurd werken

De beschermingsmaatregelen worden voor elke werksituatie bepaald op basis van:

  • Aanwezige verontreinigingen (type en concentratie)
  • Soort werk (bijv. graafwerkzaamheden of kabel- en pijpleidingwerkzaamheden)
  • Ventilatiemogelijkheden op de locatie (voor vluchtige stoffen)
  • Omgevingsfactoren (diepe sleuven, maaiveld, hogeomliggende gebouwen)
  • Betrokkenheid van veiligheidsdeskundigen (MVK en HVK)

 

Een veiligheidsdeskundige wordt vanaf de ontwerpfase betrokken om de impact van verontreinigde grond te beoordelen en de benodigde maatregelen te bepalen.

Basisprincipes van hygiëne en kennis

Ook bij werkzaamheden buiten een veiligheidsclassificatie is het belangrijk om te voldoen aan:

  • Basisnormen voor hygiëne
  • Basiskennis over veilig werken met verontreinigde grond

Nieuwe veiligheidsklassen

CROW 400 introduceert de volgende veiligheidsklassen ter vervanging van de oude TF-klassen:

  • Niet-vluchtig: oranje, rood, zwart
  • Vluchtig: oranje, rood, zwart

Verdere wijzigingen aan CROW 400

Aanvullende updates en vereisten in CROW 400

  • Kankerverwekkende en mutagene stoffen
    Kankerverwekkende en mutagene vluchtige stoffen worden geclassificeerd onder veiligheidsklasse ‘zwarte vluchtige stoffen’ wanneer de concentraties de interventiewaarden overschrijden.
  • DLP-update
    De DLP-classificatie is bijgewerkt naar R-DLP.
  • Vooronderzoeksrapporten
    Alle vooronderzoeksrapporten moeten voldoen aan de normen NEN 5725:2017 en NEN 5717.
  • Geregistreerde deskundigen
    Alle deskundigen, inclusief MVK’s, HVK’s en arbeidshygiënisten, moeten geregistreerd zijn als DLP-R (Geregistreerd Expert Projectmanager).
  • Aandacht voor asbest
    Speciale aandacht is vereist voor respirabele asbestvezels om de veiligheid van werknemers te waarborgen.
  • Secundaire bouwmaterialen
    Secundaire bouwmaterialen zijn volledig opgenomen in het systeem volgens de nieuwe richtlijnen.
  • SRC-beoordelingsupdate
    De focus van de beoordeling is verschoven van SRC mensveiligheid naar SRC arbeidsveiligheid en -gezondheid.
  • Onveranderde elementen
    De eigenschappen van stoffen, blootstellingsroutes en beschermingsmiddelen blijven ongewijzigd ten opzichte van eerdere richtlijnen.

Niet veranderd

Onveranderde veiligheidsprincipes

  • De eigenschappen van de stoffen die de bodem verontreinigen, de mogelijke blootstellingsroutes en de vereiste beschermingsmiddelen zijn niet veranderd.
  • De manieren waarop werknemers kunnen worden blootgesteld en de maatregelen om hen te beschermen blijven ongewijzigd, zoals beschreven in Publicatie 132.